Voorjaarskrant 2026 - Kids Learning
Animerende publicatie
Een krant boordevol lesmateriaal!
Maak kennis met Kids Learning: leren door te ontdekken en te doen. Voorjaarskrant
Beste leerkracht,
Voor u ligt onze voorjaarskrant met materialen voor het lager onderwijs (eerste t.e.m. zesde leerjaar). De materialen zijn bruikbaar in verschillende onderwijsvisies, zowel in meer traditioneel onderwijs, als in methodescholen . Kids Learning vertrekt vanuit ontdekken en ervaren. Werken met leerdoelen staat centraal en dit is flexibel inzetbaar in uw eigen klas. Door de variatie in werkvormen blijft het leren afwisselend en betrokken. U combineert eenvoudig fysieke en digitale materialen , zodat u overzichtelijk werkt en de lessen vlot inzetbaar zijn!
Veel lees- en kijkplezier!
Wat
Wie
Waar
kwart voor tien
aa p � p
� � � � � � � � �
09:45
21:45
kamperen
kasteel
leeuw
� � � � � � � � � � � � � � � � � �
5
1ste leerjaar
Ook inzetbaar voor de kleuterklassen!
Aanvankelijk taal en lezen TaalOceaan
TaalOceaan is een uitgebreide methode voor aanvankelijk lezen en taal in het eerste leerjaar, met een sterke focus op technisch lezen en spelling. Dagelijkse oefeningen en differentiatiemogelijkheden zorgen voor een solide basis in taalvaardigheid. Naast de aandacht voor 150 woordenschatwoorden, richt de methode zich ook op begrijpend luisteren en leesbevordering. TaalOceaan biedt met de Voorschotbenadering voor de kleuters een goede voorbereiding voor de taalontwikkeling in het eerste leerjaar.
De belangrijkste kenmerken
• Nadruk op technisch lezen en spelling en de ontwikkeling van fonologisch bewustzijn. • Volop differentiatie , er worden drie niveaus onderscheiden. • Aanbod leeskwartiertje , met dagelijks twee woordrijtjes en twee bladzijden verhaaltjes. • Dagelijks dictee , waarmee elke spellingsles begint.
Structuur De methode bestaat uit drie leerlijnen: technisch lezen, spelling en taalverwerving (inclusief woordenschat en begrijpend luisteren). De leerstof is verdeeld over tien thema’s van elk vier weken, waarbij elke week veertien lessen bevat. Er is voldoende lesmateriaal voor 360 minuten lees- en spellingonderwijs en 90 minuten taalverwerving per week. De nadruk ligt op technisch lezen en fonologische ontwikkeling, wat belangrijk is voor vlot en nauwkeurig lezen. Spelling krijgt ook vanaf het begin aandacht als tegenhanger van lezen.
Volgen en toetsen De startsituatie voor het eerste leerjaar wordt bepaald op basis van toetsen die aan het eind van de kleuterklas worden afgenomen. Elke vierde week van een thema is een herhalings- en toetsweek. Er is ook een herfstsignaleringstoets, zowel schriftelijk als mondeling bedoeld, om achterstanden in lezen en spelling vroegtijdig te kunnen identificeren. Daarnaast wordt er een voorjaarsignaleringstoets afgenomen, afgewisseld met niet-methodegebonden Cito-toetsen.
2
Differentiatie In de werkboeken worden drie niveaus van differentiatie onderscheiden. Doordat de plusopdrachten in het gewone werkboek staan, hebben alle kinderen de mogelijkheid de meer uitdagende opdrachten te maken. De hele methode is er echter op gericht dat aan het eind van het eerste leerjaar elk kind kan lezen op het basisniveau (E3). Daarom bestaan alle leesteksten uit een begindeel, geschreven op basisniveau, en een vervolgdeel op plusniveau. Zo worden kinderen gestimuleerd om ook plusteksten te lezen. De prentenboeken worden behandeld volgens de principes van Close Reading. De lessen bevatten een hogere orde denkvragen voor de voorlopers. De Havenboeken kunnen thuis worden ingezet, om de ouderbetrokkenheid bij de leesontwikkeling van een leerling te vergroten.
Materialen bij TaalOceaan
Fysieke materialen • 10 prentenboeken • 5 Spetterboeken (leeskwartierboeken) • 10 Oceaanboeken (lesboeken) • 10 werkboeken (inclusief plus-opdrachten) • 10 Havenboeken (voor het stimuleren van ouderbetrokkenheid)
• Wandkaarten • Klankstroken • Digibord-applicatie • Klankenboot wandkaart • Handleidingen • Toetsboek
De kinderen worden ondergedompeld in een oceaan van letters, woorden, zinnen en teksten.
Materialen uitgelicht
Prentenboeken De prentenboeken zijn geschreven door tien
verschillende kinderboekenauteurs. Per thema is er een prachtig geïllustreerd boek met een passend verhaal. In ieder boek komen andere personages voor. Ieder boek heeft een pagina met extra informatie, een zoekplaat of een vrolijke plaat over/ bij het thema.
Het prentenboek bevat de woordenschatwoorden bij het thema, die op een onopvallende manier aan de kinderen geleerd worden.
3
Havenboeken Het Havenboek is om mee te nemen naar huis. Op deze manier worden ouders ook betrokken bij de lesmethode. Het Havenboek bevat een bloemlezing uit de methode met vrolijke opdrachten om samen thuis verder mee te oefenen en te lezen.
Spetterboeken Uniek voor de methode is het dagelijkse
leeskwartiertje in de zogenoemde Spetterboekjes. In de Spetterboekjes staan voor elke dag twee bladzijden woordrijtjes en twee bladzijden verhaaltjes.
Dag 1 Dag 2
Dag 5 Dag 4 Dag 3
Dag 1 Dag 2
Dag 5 Dag 4 Dag 3
thema 2 eten
de hen en de den hen en daan. hen en haan.
de raat. roos en de raat.
week 1
ik leer…
de hen. de hen en de den.
tes en roos. tes en toos.
de noot. de haas en de noot.
het net. daan en het net.
d
aa
n
het haar. saar en haar haar.
het nest . saar en het nest .
d d
aa !
n n
14
15
Oceaanboeken Het Oceaanboek is het lesboek bij ieder thema. Het bevat een doorlopende verhaallijn over Daan en Roos die allerlei avonturen meemaken. Het verhaal is oplopend in AVI-niveau. Bij ieder boek zitten themaplaten met de woordenschatwoorden.
5
Wandkaarten Deze kleurrijke wandkaarten zijn onderdeel van de methode TaalOceaan en bevatten steunplaatjes bij de letters die de kinderen leren.
Dag 5 Dag 4 Dag 3 Dag 2 Dag 1
Les 3
Week 1
Dag 1 Dag 2
dit is daan. daan pakt zijn tas. hij doet er een doos in. en een fles met sap. en ook een peer. daan, let op! je bent nog niet klaar. je komt te laat!
Dag 5 Dag 4 Dag 3
Les 6
1 thema 1 school
stap, stap. daan loopt de trap op. hoe zou het zijn in groep drie? wat moet je daar doen? speel je wel?
zou de juf lief zijn? wat is haar naam? daan kent haar nog niet.
spet, spat. daan kan het zelf. daan pakt een doek. klaar! droog! daan pakt ook een kam. hij doet iets in zijn haar. weet jij wat dat is?
mam! waar is mijn broek?
roept daan. op je stoel. daan kijkt naar zijn stoel. ik zie hem niet. zoek maar, hij is er wel. zie jij de broek?
6
7
Klankstroken (Hakkaarten) De klankstroken (Hakkaarten) zijn een onmisbaar hulpmiddel bij het oefenen en automatiseren van de technische leeshandeling in het eerste leerjaar. Zij stimuleren de fonologische ontwikkeling, wat de voorwaarde is voor nauwkeurig en vlot technisch lezen.
Werkboeken Bij ieder thema hoort een werkboek. Hierin staan leuke opdrachten op drie niveaus. Naast de opdrachten met omcirkelen/aankruisen/lijnen trekken, zijn er ook veel opdrachten waarbij de kinderen zelf al woorden moeten schrijven. Daarnaast zijn de plusopdrachten opgenomen in het werkboek.
Thema 1 1
Week 1 Les 1 Taalverwerving [Vertrekkaartje_1-1-1]
thema 1 school
Dag 5 Dag 4 Dag 3 Dag 2 Dag 1
Les 1
week 1
ik leer…
Taalverwerving
ik leer in groep 3 ….?
kleur de letters die je kent.
1
d
aa aa !
n n n
d d
[Aankomstkaartje_1-1-1] 2 Thema 1
Taalverwerving
ik leer in groep 3 …
3
2
4
Digibord-applicatie Bij de methode is een digibord-applicatie beschikbaar die de leerkracht door de les leidt. Door middel van een overzichtelijke structuur krijgt de leerkracht toegang tot alle middelen die voor de les nodig zijn. De digibord-applicatie biedt toegang tot de prentenboeken, Oceaanboeken en de werkboeken. Ook heeft de applicatie een aantal speciale tools, zoals een flitser, een klankenboot, een klankendoos en enkele spelletjes. Door zo alle middelen bij elkaar te brengen, bespaart TaalOceaan de leerkracht enorm veel werk en biedt de methode een wereld van gemak!
Handleidingen • Handleiding map 1 bevat de handleiding voor thema 1 tot en met 5; • Handleiding map 2 bevat de handleiding voor thema 6 tot en met 10. De handleiding is overzichtelijk vormgegeven: bovenaan een beschrijving van het lesdoel, daaronder een afbeelding van de aan de orde zijnde bladzijden (met antwoorden) en ter weerszijden een stapsgewijze lesbeschrijving (volgens het EDI-model).
Toetsboek Het toetsboek bevat alle toetsen van de thema’s 1 tot en met 9 en de plustoetsen. Thema 10 heeft geen toets. Thema 1 85
Klankenboot wandbord De Klankenboot uit het digibord van TaalOceaan is nu ook beschikbaar als magnetisch wandbord. Met de Klankenboot leren kinderen de verschillende klankgroepen onderscheiden. De klanken zijn op kaartjes gedrukt die de kinderen op het bord kunnen plakken. Zo kunt u ze nog actiever aan het werk zetten met de Klankenboot en TaalOceaan !
Week 4 Les 1 Toets [Vertrekkaartje_1-4-1]
thema 1 school
thema 1 school
3
kies het goede woord.
ik laat zien wat ik kan lezen en schrijven.
Toets
1
schrijf de letter.
baan daar daan
roos doos toos
net naar noot
haan daan raar
1
2
3
4
5
6
7
8
9
2
schrijf het woord.
10
11
naar haar daar
12
daan doos hoos
de haat de den de haas
het net het nest de doos
13
14
15
16
[Aankomstkaartje_1-4-1] 86 Thema 1
17
het rest hert
nest
toos tas mat
18
19
ster hert
20
ik vond het maken van de toets:
Toets
2
Toetsboek
Toetsboek
3
De Klankenboot is verdeeld in verschillende ruimen, namelijk: lange klank, korte klank, tweetekenklank, medeklinker, enz.
5
TaalOceaan in de klas
Referentieschool: Calvijnschool in Leerdam
Op de Calvijnschool in Leerdam wordt al zes jaar met veel plezier gewerkt met de methode TaalOceaan . De thema’s sluiten perfect aan bij de belevingswereld van kinderen: eten, wonen, dieren, school, onderwerpen die hen direct aanspreken.
Materialen ‘De methode bestaat uit een Oceaanboek, een werkboek, een Spetterboek, een Havenboek en een prentenboek. De leerlingen hebben allemaal een eigen boek, behalve het prentenboek natuurlijk. Van alle prentenboeken hebben wij er één per klas.’ Werkwijze ‘Per week worden er drie nieuwe letters geleerd. Soms is dit wel veel; in korte tijd moeten de leerlingen veel letters kennen. Elke letter wordt aangeleerd d.m.v. lezen, woordjes zoeken, hakken/plakken en wat verwerkende opdrachten. Daarnaast is er ook een spellingsles: bij deze les moeten de leerlingen woorden schrijven bij een plaatje en zo moeten ze (d.m.v. hakken/plakken) horen op welke plaats in het woord de geleerde letter hoort. Hoe meer letters er geleerd zijn, hoe meer letters er natuurlijk opgeschreven kunnen worden bij het plaatje.’ Klankenboot ‘Als de nieuwe letter wordt aangeleerd, moet deze letter ook in de klankenboot geplaatst worden. Deze boot is verdeeld in verschillende ruimen (lange klank,
korte klank, tweetekenklank, medeklinker, enz.). Dit is heel fijn, zo leren de kinderen gelijk het verschil tussen de klanken die aangeleerd worden. Dit komt later in het jaar weer goed van pas als er bijv. een korte klank geschreven moet worden waar je een lange klank hoort.’ Sluit aan bij SchrijfOceaan ‘Wat fijn is, is dat er ook een schrijfmethode is ( SchrijfOceaan ), die qua volgorde van het aanleren van de schrijfletters precies gelijk oploopt met de taalmethode.’ Werkbladen ‘In de methode zitten ook werkbladen om extra te kunnen oefenen met de letters/woorden.’ Duo lezen en papegaailezen ‘De kinderen willen erg graag leren lezen. Ze doen dan ook steeds goed hun best. Het is leuk voor de kinderen dat er ook andere manieren van lezen aangeboden worden, hierbij denk ik aan duolezen en papegaailezen, maar ook staan er soms stripverhalen in het Oceaanboek. Zo leren de kinderen ook om mét elkaar te lezen.’
Gratis downloads en lestips
Bekijk de website!
Wandkaarten in het klein Voor leerkrachten in het eerste leerjaar bieden we een leuke download aan, namelijk de wandkaarten in het klein. Dit zijn handige steunplaatjes bij de letters die de kinderen leren. Deze kunnen worden gebruikt als extra oefening of als aanvulling op de bestaande lessen. Leerkrachten kunnen deze wandkaarten in het klein eenvoudig downloaden via onze website en in de klas toepassen.
6
1ste - 6de leerjaar
Ook inzetbaar voor de kleuterklassen!
Een complete schrijfmethode voor de lagere school SchrijfOceaan
SchrijfOceaan sluit aan bij TaalOceaan en biedt modern lesmateriaal voor het eerste t.e.m. zesde leerjaar. De methode stimuleert schrijfontwikkeling met aandacht voor een doorlopende leerlijn en praktische toepassing: van voorbereidend schrijven, tot voldoen aan schriftcriteria, schrijftempo en het ontwikkelen van een persoonlijk handschrift (gemengd verbonden en los schrift). We duiken ieder leerjaar dieper in op de inhoud en materialisatie van de lesstof.
Waarom SchrijfOceaan?
De belangrijkste kenmerken • gestructureerd en overzichtelijk; • uitgebreide digibordsoftware; • stilistische en rustige vormgeving; • dubbelzijdige wandkaart met schrijfletters en hoofdletters.
• Wetenschappelijk onderbouwd ontwerp : De methode is gebaseerd op studies over handschriftonderwijs, digitale middelen, multimediaprincipes, feedback en cognitieve belasting. • Belang van handschriftvaardigheid: Schrijven met de hand ondersteunt lezen, tekstschrijven en communicatieve vaardigheden en dat is essentieel voor de cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. • Individuele aandacht : De methode benadrukt het belang van gerichte ondersteuning voor zwakke schrijvers, met extra tijd, oefening en aanmoediging. • Immediatie feedback : Directe feedback tijdens het schrijven bevordert snellere en betere leerresultaten. • Optimale tijdsinvestering : SchrijfOceaan beveelt een instructietijd van 50-100 minuten per week aan voor effectieve handschriftontwikkeling.
7
Het eerste leerjaar Structuur SchrijfOceaan bestaat uit tien thema’s. Elk thema bestaat uit vier weken: drie lesweken en een herhalingsweek. Elke lesweek heeft drie lessen, met elk twee bladzijden: een overtrekbladzijde en een zelfschrijfbladzijde, waarbij de richting van de letters met pijltjes staat aangegeven. Differentiatie Iedere les bevat suggesties ter remediëring, gericht op de fijne motoriek. Dit kan zowel tijdens de les aangeboden worden, als in de herhalingsweek. Iedere les bevat extra lessuggesties, zodat de letter op verschillende manieren aangeleerd kan worden. Elke les bevat een schrijfpatroon-kleurplaatje voor kinderen die de lesstof af hebben. Volgen en toetsen Elk blok/thema heeft een herhalingsweek. Hierin komt elke letter opnieuw aan de orde. Hier is een apart oefenschrift voor gemaakt.
SchrijfOceaan hanteert in het eerste leerjaar dezelfde structuur als TaalOceaan.
Materialen - eerste leerjaar Oefenschriften Er zijn vijf oefenschriften, een cijfer- en oefen patronenschrift, en een oefenschrift voor herhalingsweken. Ook is er een uitgebreide handleiding met didactische onderbouwing.
Wandkaart De voorkant van de wandkaart bevat de kleine letters en cijfers, voor het eerste leerjaar. De achterkant bevat de kleine letters, de cijfers en de hoofdletters voor het tweede leerjaar. Het formaat is: 122 x 122 cm (l x b).
schrift 3
Oefenschrift 5
Oefenschrift 4
GROEP Oefenschrift 2 3
3
www.royaljongbloed.com GROEP Oefenschrift 1 3
3
3
www.royaljongbloed.com
GROEP
www.royaljongbloed.com
GROEP
www.royaljongbloed.com
GROEP
www.royaljongbloed.com
wandkaart
Oefenschrift 3
Oefenschrift 5
Oefenschrift 4
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x � z , . ? ! 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 + - = � � � � � � �
n cijferschrift
GROEP Herhalingsschrift 3
www.royaljongbloed.com Schrijfpatronen- en cijferschrift 3 GROEP
www.royaljongbloed.com
www.royaljongbloed.com
GROEP 3
Handleiding
De schrijfOceaan oefenschriften en handleiding voor het eerste leerjaar.
Er wordt een handig ophangsysteem bij de wandkaart geleverd.
8
Het tweede leerjaar Structuur
Materialen - tweede leerjaar Materialen
Voor het tweede leerjaar zijn er vier oefenschriften, oplopend in niveau. Daarnaast is er een handleiding met theoretisch didactische onderbouwing, uitleg en leerkrachtinstructies. Ook is er dus voor het tweede leerjaar een wandkaart beschikbaar.
Twee lessen per week van 20-30 minuten. Elke les omvat twee bladzijden met nieuwe of herhaalde letters, verbindingen of rekentekens. Herhalingslessen voor cijfers en hoofdletters zijn inbegrepen. Lespraktijk Overtrekken en zelf schrijven zijn vaste elementen om vorm, traject en plaatsing te oefenen. Gekleurde stippen helpen bij het benadrukken van trajecten. Letterverkenning wordt ondersteund door visuele hulpmiddelen, zoals het dolfijn-logo. Oefenschrift 4 Oefenschrift 3 Digitale ondersteuning De digibordsoftware bevat letteranimaties, schriftvoorbeelden en een letterpuzzel voor extra oefening en remediëring, liniatuur en eventuele downloads. Schrijfmateriaal Begin met potlood, en maak later de overstap naar vulpen of rollerbalpen. Gewone balpennen worden afgeraden vanwege de benodigde druk. Ondersteuning voor zwakke schrijvers: In de handleiding staan tips voor feedback en remediëring, bijvoorbeeld het gebruik van voelletters en wisbordjes. Oefenschrift 1 A}a∫ B μ bÆ C©c∫ DÑd∫ E ø e∫ Fμ f G˚g∂ H¬h∫ Iƒ∫i J ˚ ∂j K¬k∫ L¬l∫ M¬m∫ N¬n∫ OπoÆ P˘p∫ Q}q R¬r∫ Sμs Tμ t U¬u∫ VμvÆ WƒwÆ XΩx∫ Y˚y∂ ZΩz∫ , . ? ! 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 + - = < > : × $ wandkaart De achterkant van de wandkaart bevat de kleine letters, de cijfers, de hoofdletters en meer tekens voor het tweede leerjaar. Oefenschrift 2
Handleiding
GROEP Oefenschrift 4 4
www.royaljongbloed.com
GROEP Oefenschrift 3 4
GROEP 4
www.royaljongbloed.com
GROEP Oefenschrift 2 4 GROEP
www.royaljongbloed.com
Oefenschrift 1 4
Handleiding
www.royaljongbloed.com
De schrijfOceaan oefenschriften en handleiding
Met SchrijfOceaan is er veel aandacht voor lettervormgeving.
9
Het derde en vierde leerjaar In derde en vierde leerjaar ligt de focus op het automatiseren en herhalen van (hoofd)letters, verbindingen en cijfers die in het eerste en tweede leerjaar zijn aangeleerd. Schriftcriteria zoals traject, vorm en plaatsing blijven centraal staan. Structuur Leerjaar 3 : Bevat twee oefenschriften met 38 lessen en aanvullende digitale werkbladen. De lessen duren 20 tot 30 minuten. Per week wordt aangeraden één les uit een schrift en één les met een werkblad te geven. Leerjaar 4 : Bevat één oefenschrift met negentien lessen en digitale werkbladen. Schriftlessen en werkbladlessen kunnen elkaar wekelijks afwisselen. Lesinhoud Elke les bevat twee bladzijden met oefeningen, waarbij hoofdletters, cijfers en verbindingen worden herhaald. De lessen eindigen met schrijven van woorden. Dit voorkomt ontmoediging bij langzame schrijvers. Nieuw in het vierde leerjaar is het temposchrijven, als voorbereiding op het voortgezet onderwijs (doel: veertig tekens per minuut). Oefenschrift 1 Oefenschrift overtrekken, zelf schrijven en aandacht voor het traject, de vorm en plaatsing. De liniatuur wordt aangepast: van 6/4/6 mm naar 4,5/3/4,5 mm en uiteindelijk enkel een grondlijn. SchrijfOceaan biedt structurele begeleiding met ruimte voor differentiatie en voortgangsmonitoring. Concrete tips voor feedback en remediëring staan in de handleiding. Wisbordjes en voelletters helpen bij schrijfproblemen. Zithouding en penhantering blijven belangrijk. Digitale omgeving Digitale hulpmiddelen zoals animaties en letterpuzzels ondersteunen traject en plaatsing. Z}oÇu∫ Z}oÇu∫ j Òy∂ Didactiek en differentiatie De methode bestaat uit vaste elementen:
Materialen - derde en vierde leerjaar Er twee oefenschriften, oplopend in niveau. Voor het vierde leerjaar is er een oefenschrift beschikbaar. Er is een handleiding voor het derde en vierde leerjaar.
Oefenschrift 2
GROEP Oefenschrift 2 5
www.groeneducatief.nl
GROEP Oefenschrift 1 5
www.groeneducatief.nl
Handleiding
GROEP Oefenschrift 6
www.groeneducatief.nl
Handleiding
5
GROEP 6 Handleiding
www.groeneducatief.nl
çz¬u¬u¬r∫ pπa¬p¬ i
¬t Ír}oß¡¬n∫
c˘ i
æe¬r∫
Z∫ çr}oÆzæe¬n∫ çr∫ çz∫ Z∫
¬ l
¬vß¡¬r∫
çz¬ i
k¬ræeæe ƒfÒt ‰
çr}oÉdæe∫
çr¬uπgÒzπa¬k∫ çz¬wÉaπa¬r∫
çz¬wÉa¬r¬t ‰¡∫
Welke letter vind je fijner schrijven, de çr∫ of de çz∫ ? Waarom? çzæeæe¬r∫
maak een tekening van de letter
çr∫ çz∫
Z∫
j Òy∂ çzπaπc˘h¬t Ír}oÇzæe∫ çr}oÆzæe¬n∫ çk¬ i
æe¬zæe¬n∫?
3
çr}oÆzæe¬n∫
çk¬ i
æe¬zæe¬n∫?
çzπaπc ˘h¬t Ír}oÇzæe∫
De SchrijfOceaan oefenschriften en handleiding van het derde en vierde leerjaar. Elke les bevat twee bladzijden met oefeningen, waarbij hoofdletters, cijfers en verbindingen worden herhaald.
2
10
Het vijfde en zesde leerjaar In het vijfde en zesde leerjaar ligt de nadruk op schriftcriteria, schrijftempo en het ontwikkelen van een persoonlijk handschrift. Structuur Het programma bestaat uit één oefenschrift per leerjaar, met 17 lessen van 10 minuten per twee weken, uit te breiden met facultatieve opdrachten. Elke les omvat een warming-up, schriftcriteria, temposchrijven, feedback en reflectie. Temposchrijven richt zich op het combineren van snelheid en leesbaarheid. Didactiek en differentiatie Er wordt gebruik gemaakt van een enkele lijn als liniatuur, en zithouding, penhantering en spierspanning blijven belangrijk. Toetsing is vervangen door observaties tijdens de lessen. Zwakke schrijvers krijgen gerichte ondersteuning. Digitale omgeving Voor ondersteuning en oefeningen is een digitale licentie beschikbaar. Materialen - vijfde en zesde leerjaar Voor beide leerjaren is er een oefenschrift en een algemene handleiding.
Schrijven met de hand: meer dan letters vormen
‘Schrijven met de hand is meer dan alleen het vormen van letters en woorden; het is een complex proces waarin motorische en cognitieve vaardigheden samenkomen.’ (Rosenblum, Weiss & Parush, 2003)
‘Kinderen ontwikkelen hun handschrift vooral snel tussen de leeftijd van 6 en 8 jaar, waarna ze dit automatiseren.’ (Feder & Majnehmer, 2007)
‘Het leren schrijven met de hand ondersteunt daarnaast het leren lezen, zoals onderzocht door Berninger et al.’ (2002)
Handleiding
Handleiding
GROEP Oefenschrift 8
www.groeneducatief.nl
Probeer SchrijfOceaan zelf! U kunt een proefles bij ons aanvragen. In de proefles vindt u een goede weergave van deze methode qua inhoud, vormgeving en materiaal.
7
GROEP 8 Handleiding
www.groeneducatief.nl
GROEP Oefenschrift 7
www.groeneducatief.nl
LES 1
De letters die je hiernaast ziet, kunnen we Romeinse Kapitalen noemen. Het Romeinse woord capitalis betekent hoofdletter. Deze letters zijn dus oorspronkelijk gebruikt door de Romeinen.
Plaats je handen naast je lichaam op de stoel. Voel hoe je bovenbenen de stoel raken. Til ze één voor één op en leg ze weer op de stoel. Schuif je stoel aan en zet je voeten naast elkaar op de grond.
De letters staan op de lijn, niet erboven of er doorheen
4 Opdracht Schrijf in de spiraal je naam, straat, postcode, woonplaats met de hoofdletters die bovenaan deze bladzijde staan. De letters moeten zowel de lijn erboven als eronder raken.
2 Schrijven
1 Oefenen
Schrijf de tekst uit kader 2 over in 2,5 minuten. Let erop dat je schrijft op de grondlijn.
Bestellen? Bestel via het bestelformulier via onze website!
erboven
eronder
erop
Kijk bij onderdeel 2. Leg je liniaal tegen de derde schrijflijn. Heb je de letters in regel drie allemaal op de lijn geschreven? 3 Zelf controleren
5
4
De SchrijfOceaan oefenschriften en handleiding van het vijfde en zesde leerjaar.
11
3de - 6de leerjaar
BEGRIJPEND LEZEN OCEAAN
Ook inzetbaar voor de kleuterklassen!
Ontdek de kracht van begrijpend lezen! LeesOceaan
LeesOceaan is een begrijpend leesmethode voor het derde tot en met het zesde leerjaar, die begrijpend lezen en taal integreert. Kinderen ontwikkelen leesbegrip met behulp van rijke teksten uit kinderboeken en een gestructureerde opbouw. Ze duiken in de tekst, voeren gesprekken en maken gevarieerde opdrachten. Leren begrijpend lezen is een proces van samen
De belangrijkste kenmerken
Thema’s per schooljaar Het basisaanbod bestaat uit twee leeswerkschriften per schooljaar. In elk leeswerkschrift zijn vier thema’s gebundeld. In totaal zijn er acht thema’s per leerjaar, passend bij andere methodes. In het leeswerkschrift staan de leesdoelen, de teksten en de opdrachten voor de kinderen. Leeswerkschrift 5A Leeswerkschrift 5B Thema 1: Ontmoeten Thema 5: Overleggen Thema 2: Zijn Thema 6: Weten Thema 3: Denken Thema 7: Helpen Thema 4: Willen Thema 8: Verzinnen
• Thematische teksten • Rijke en gevarieerde kinderboeken;
• De tekst staat centraal; • Duidelijke lesopbouw; • Gericht op actief lezen
Leerstofinhoud LeesOceaan bevat een leerlijn begrijpend lezen voor het derde tot en met het zesde leerjaar. Elke week is er een les begrijpend lezen. De teksten zijn gevarieerd: zowel verhalen, informatieve teksten, als poëzie, komen aan bod. Daarbij is er ook aandacht voor andere tekstsoorten, zoals brieven, Bijbelverhalen, recensies en recepten. De moeilijkheidsgraad van de teksten groeit door het jaar heen en biedt uitdaging voor alle niveaus. Moeilijke woorden worden in elke les besproken. Er zijn woordstrookjes beschikbaar om de woorden in te oefenen. LeesOceaan werkt vanuit het directe instructiemodel, waarbij de leerkracht het rolmodel is.
In de lesbeschrijving staan tips voor differentiatie beschreven.
12
Lesbeschrijving De vaste structuur zorgt voor herkenbaarheid bij de kinderen. De lesbeschrijving helpt de leerkracht door de les heen. Het voorbereiden van een begrijpend leesles is belangrijk, zodat de leerkracht weet hoe de leesdoelen tot uiting komen en hoe de modeling- en instructiemomenten vormgegeven kunnen worden. De lesbeschrijving geeft aan welke materialen er nodig zijn voor de les en er is een korte beschrijving van de lesinhoud. Verder worden de gebruikte boeken met auteurs genoemd, de inhoudelijke leesdoelen, de leesstrategie die wordt geoefend en de verwachte moeilijke woorden.
De lesbeschrijving bestaat uit zes fasen: • vooruitkijken • voorkennis activeren • tekst lezen • woordenschat • toepassen leesstrategie • terugkijken
In deze fasen is het directe instructiemodel verwerkt.
Uitgangspunten LeesOceaan: • ruimte voor leesplezier; • doelgericht lesgeven met het directe instructiemodel; • verdieping met close reading; • gestructureerde opbouw en lesbeschrijvingen; • doorgaande leerlijn leesstrategieën; • aandacht voor woordenschat.
In het leeswerkschrift staan zowel de
teksten, illustraties uit de kinderboeken, als de opdrachten.
13
Uitgangspunten uitgelicht: De tekst centraal
In LeesOceaan staat de tekst centraal. De zes wetenschappelijk bewezen leesstrategieën zijn voor de kinderen een hulp middel om teksten goed te kunnen begrijpen. De strategieën sturen het denkproces tijdens het lezen en helpen betekenis te geven aan de tekst. Leesstrategieën zorgen ervoor dat de kinderen actief blijven lezen. In LeesOceaan vertegenwoordigen zes kinderen de leesstrategieën. Bij teksten waarbij verdiepend lezen nodig is om tot leesbegrip te komen, is gebruik gemaakt van de drie fasen van Close Reading. Doelgericht lesgeven In LeesOceaan wordt het directe instructiemodel gebruikt. Dit is een bewezen aanpak om de leseffectiviteit te verhogen, en te zorgen voor succeservaringen en betere leerprestaties. Aan de hand van het GRRIM-model* schuift de verantwoordelijkheid voor het leren geleidelijk van de leerkracht naar de leerlingen. Het GRRIM-model bestaat uit: IK-fase, WIJ-fase, JULLIE-fase en JIJ fase. In de lesbeschrijving staan de fasen duidelijk aangegeven en ter ondersteuning van de leerkracht is de modeling uitgeschreven. *Gradual Release Responsibility Instruction Model De opbouw in de leerlijn: • Van korte, eenvoudige teksten naar steeds langere, meer complexe teksten. • Van teksten over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van kinderen, naar onderwerpen die wat verder van de lezer afstaan. • Het proces van sturing en modeling naar zelfstandig betekenis verlenen aan teksten. • Een opbouw in zes leesstrategieën. het derde tot en het vierde leerjaar werken aan dezelfde doelen. In het vijfde en zesde leerjaar worden deze doelen uitgebreid en verdiept.
vragen
Kim Ketting verbinden
Vince Vlog
visualiseren Pablo Plaatje
afleiden
Daan Detective
voorspellen
samenvatten
Zita Zeef
Vera Verrekijker
De zes leesstrategieën.
Leesstrategieën uit ‘Appelflappen ’
Samenvatten: •
De leerling herkent de indeling: inleiding, kern en slot. • De leerling formuleert een passend kopje boven een alinea. • De leerling oefent met het selecteren van • belangrijke woorden en zinnen om zo tot de hoofdgedachte van de alinea te komen. • De leerling kan de inhoud van de tekst weergeven in een eenvoudig schema. • De leerling kiest d.m.v. multiple choice de zin uit die de hoofdgedachte van de alinea weergeeft. De leerling gebruikt aanwijzingen in de tekst om af te leiden wat niet letterlijk in de tekst staat. • De leerling gebruikt eigen kennis en ervaringen om af te leiden wat niet letterlijk in de tekst staat. • De leerling interpreteert situaties uit de tekst. • De leerling herkent en onderscheidt feit en mening. • De leerling vormt een mening over informatie binnen de tekst en kan deze beargumenteren.
Afleiden: •
Voorbeeld: In deze les worden twee leesstrategieën gebruikt, namelijk: samenvatten en afleiden.
14
Woordenschat Woordenschat is een vast onderdeel van de les en bestaat uit modeling en gesprek over de moeilijke en/ of onbekende woorden die de kinderen tijdens het lezen hebben gemarkeerd. In de lesbeschrijving staan suggesties voor modeling en gesprek. LeesOceaan maakt gebruik van woordstrookjes. Hang deze op een vaste plek in de klas. Er zijn ook lege woordstrookjes beschikbaar om woorden die de kinderen aandragen en niet voorgedrukt staan, op te kunnen schrijven. Differentiatie en verwerking LeesOceaan biedt mogelijkheden tot differentiatie, zowel tijdens de les, als in de opdrachten: GRRIM-model : door de IK-, WIJ- , JULLIE- en JIJ-fase verschuift de verantwoordelijkheid geleidelijk naar de leerling. Een zwakke lezer kan de leerkracht langer dichtbij houden door de WIJ-fase toe te passen. Een sterke lezer kan eerder starten aan de JULLIE-fase. De leerkracht kan hierin zelf gepaste keuzes maken. Klaar-opdrachten bieden extra verdieping voor vlotte en sterke leerlingen; In de algemene handleiding zijn suggesties opgenomen om zwakke lezers meer ondersteuning te
de rozemarijn
de tagliatelle
de rozemarijn de streng knoflook de tijm de rozemarijn
de tagliatelle
de tagliatelle
de streng knoflook de tijm de tijm
de streng knoflook
monitort het leerproces van de kinderen door opdrachten individueel te laten maken en zelf na te kijken. Daarnaast observeert de leerkracht ook tijdens de les. De groei wordt genoteerd in de leerdoelmonitor. De kinderen van het derde en vierde leerjaar krijgen twee jaar de ruimte om te groeien, en de monitor wordt steeds verder aangevuld. Het vijfde en zesde leerjaar vormen ook samen één leerproces. Toetsing Vraagstellingen van methode-onafhankelijke toetsen (zoals bijv. Cito) worden regelmatig in de lessen van LeesOceaan geoefend. Hierdoor worden de kinderen voorbereid zonder oefentoetsen. Dit zorgt voor meer leesplezier en zo blijft het lezen van rijke teksten centraal staan.
bieden om het basisaanbod te behalen. Groei in zicht met de leerdoelmonitor
LeesOceaan maakt groei inzichtelijk door gebruik te maken van een leerdoelmonitor. De leerkracht
Leren begrijpend lezen is een proces van samen lezen, denken, praten en oefenen.
15
Materialen • De materialen zijn praktisch en aantrekkelijk voor zowel leerlingen, als leerkrachten: • Leeswerkschriften (A en B) : elk leerjaar bestaat uit twee leeswerkschriften. De teksten, de illustraties uit de kinderboeken en de opdrachten staan erin. Zo kunnen de kinderen delen van de tekst markeren en notities maken, want begrijpend leren lezen is ‘doen’! • Opzoekboekje : een naslagwerk met stappenplannen die ondersteuning bieden. De kinderen kunnen snel en overzichtelijk leeshoudingen, leesstrategieën en signaalwoorden opzoeken. • Poster Leesstrategieën : de zes karakters van de leesstrategieën staan op een poster die in de klas opgehangen kan worden. De karakters helpen de kinderen door de les heen. Bijvoorbeeld Vince Vlog, hij helpt bij het stellen van goede vragen. • Digibordsoftware : het leeswerkschrift staat in de digibordsoftware. Zo kan de leerkracht overzichtelijk de les geven. De knoppen in de software brengen de leerkracht en de leerlingen naar de juiste pagina’s van het opzoekboekje. Ook zijn er hulpmiddelen beschikbaar, zoals een timer en een markeerstift. • Kopieerbladen en woordstroken : deze zijn printbaar en ter ondersteuning van de les. • Algemene (digitale) handleiding . • Boekenpakket : geef het boek van de les een centrale plaats in de klas, zodat de kinderen enthousiast worden om het te gaan lezen. • Leerdoelmonitor
In het leeswerkschrift staan alle teksten en illustraties uit de kinderboeken!
In het opzoekboekje kunnen kinderen snel en overzichtelijk leeshoudingen, leesstrategieën en signaalwoorden opzoeken.
De teksten uit recente kinderboeken zijn met zorg geselecteerd: boeken uit series, boeken van bekende schrijvers en soms met een literair randje.
16
Digitale omgeving De digitale omgeving van LeesOceaan biedt interactieve ondersteuning voor de lessen. Digibordsoftware helpt leerkrachten bij het presenteren van teksten en het activeren van leesstrategieën. De handleiding en lesbeschrijvingen zijn zowel digitaal, als gedrukt beschikbaar. Hiermee wordt efficiënt en flexibel werken mogelijk gemaakt.
De slides leiden u door de les heen.
Misjka
In de toolbar rechts onderin kunt u een timer
Met deze tools kunt u schrijven, typen én teksten markeren.
Met een dubbelklik kunt u makkelijk in- en uitzoomen.
en stoplicht toevoegen.
NAAM:
NAAM:
BEGRIJPEND LEZEN OCEAAN
Vraag een gratis proefles aan!
BEGRIJPEND LEZEN OCEAAN
LeesOceaan uitproberen? Dat kan, ga naar de website en vraag vrijblijvend een proefles aan!
LEESWERKSCHRIFT A • THEMA 1 T/M 4 5
LEESWERKSCHRIFT B • THEMA 5 T/M 8 5
Leeswerkschrift 5A en 5B (3de leerjaar)
17
1ste - 6de leerjaar
Ook inzetbaar voor de kleuterklassen!
LDO Rekenen
Een complete rekenmethodiek voor de hele school
Jaargroepoverstijgend werken aan rekenen? Echt aansluiten bij het niveau van de kinderen uit jouw groep? Een traditionele rekenmethode loslaten en toch werken met goede structuur? Dat kan met LDO Rekenen !
Moeite met (niveau) verschillen in jouw groep? Scholen ervaren (tijds)druk bij het gebruik van een traditionele rekenmethode. Leerkrachten gaan van instructie naar instructie en hebben niet het gevoel dat ze alle kinderen in de groep op een juiste manier bereiken. Rekenen wordt frustrerend voor zwakke rekenaars en saai voor de sterke rekenaars. Op scholen die vanuit visie met heterogene groepen werken, past een rekenmethode maar zelden bij de visie van de school.
Rekenonderwijs kan anders: kijk eens naar thematisch rekenen! LDO Rekenen gaat uit van thematisch onderwijs. Dit betekent dat de hele groep aan één rekenthema tegelijk werkt. Hierdoor hebt u meer tijd om zich te verdiepen in een thema. Zwakke rekenaars hebben meer tijd om te werken aan de basisstrategieën. Sterke rekenaars vinden uitdaging in de moeilijkere doelen. LDO Rekenen geeft structuur en ritme, en geeft de leerkracht en kinderen ook vrijheid om zelf keuzes te maken.
Algemene werkwijze per thema
• Voorbereiding : De leerkracht bekijkt de weekplanning. De doelenposter wordt centraal in de klas gehangen en de materialen krijgen een plek. • Start van de les : Kom in de rekenstand! Speel een klassikaal kort spel dat aansluit bij het thema. • Instructie : Leerkracht en kinderen bepalen samen wie er meedoet aan de instructie. De instructies zijn geschreven vanuit begrip, met expliciet aandacht voor rekenstrategieën. • Verwerking : De kinderen hebben verschillende verwerkingsvormen om de doelen te oefenen, zoals werkbladen, spel- en beweegactiviteiten, creatieve opdrachten, oefenen met rekenmateriaal of games (voor automatiseren). • Toetsing en evaluatie : Elke les wordt samen geëvalueerd. Aan het einde van het thema wordt nagegaan of de doelen behaald zijn. De behaalde doelen noteert de leerling bij ‘Mijn leerdoelen’. De leerkracht noteert deze in de leerjaarregistratie of de lerdoelmonitor. Bij een volgend thema gaat de leerling verder waar hij of zij gebleven is.
18
De rekendomeinen
Getalbegrip
Getalbewerking
Vermenigvuldigen
Kommagetallen
Breuken
Verhoudingen
Automatiseren is het routinematig uitvoeren van rekenhandelingen. Daarom loopt deze leerlijn van het eerste tot en met het zesde leerjaar, naast elk thema!
Geld
Tijd
Meten
Automatiseren
Hoe werkt u met LDO Rekenen?
Alle domeinen zijn overzichtelijk
Doelenposters Bij elk thema zijn doelenposters ontwikkeld. Op deze posters staan de leerdoelen die horen bij het thema en bij de groep. De doelen zijn beschreven in voor kinderen begrijpelijke taal. Alle doelen vanaf het eerste leerjaar hebben een unieke naam, bijvoorbeeld Begrip-A of Geld-C. Die naam correspondeert met de materialen in de digitale omgeving. De doelen lopen op in moeilijkheid. Op de posters van alle jaargroepen vindt u een overlap in de doelen. Zo kunnen zwakke en sterke rekenaars toch werken binnen de eigen groep.
gerangschikt in de digitale omgeving.
Digitale omgeving LDO Rekenen bevat een rijke digitale omgeving. Per groep zijn hier alle materialen te vinden die horen bij het thema. Zo hebt u alle basismaterialen overzichtelijk bij elkaar om een heel jaar rekenonderwijs in te richten. Instructie en verwerking Met LDO Rekenen geeft u instructies per leerdoel. Op de weekplanning staat drie keer per week een instructie gepland. Deze instructies vindt u op het instructieblad, of u gebruikt de interactieve digibordles. Na de instructie hebben de kinderen verschillende verwerkingsvormen om de doelen te oefenen. Verwerken kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door middel van: • kaartspellen bij alle domeinen • materiaalpakketten • digitale games voor alle automatiseringsdoelen • LDO Rekenwerkbladen
1ste - 3de leerjaar
4de - 6de leerjaar
Groep 3/4/5
Groep 6/7/8
Getalbegrip
Getalbegrip
B Begrip A Begrip C Begrip D Begrip E Begrip F Begrip G Begrip H Begrip I Begrip J Begrip K Begrip L Begrip
Ik kan hoeveelheden tellen tot 10, door zelf te ordenen. Ik tel zes snoepjes en zoek het getal 6 erbij. Ik kan getallen tot 10 uitspreken en schrijven.
Ik kan getallen tot 1000 schrijven in een schema, plaatsen op de getallenlijn en uitspreken. Ik ken de waarde van de cijfers in het getal. Ik schrijf het getal 189 in een H-T-E schema. Het getal 9 staat onder de ‘E’. Ik kan doortellen en terugtellen met stappen van 10 en 100 vanaf een willekeurig getal. Ik tel met sprongen van 10 > 516 - 526 - 536 - 546. Ik kan getallen tot 10.000 uitspreken, schrijven en plaatsen op de (lege) getallenlijn. Ik weet dat 5.600 iets dichter bij de 6.000 ligt dan bij de 5.000. Ik kan getallen tot 100.000 uitspreken, schrijven en plaatsen op de (lege) getallenlijn. Ik weet dat ik 78.500 kan uitspreken als achtenzeventigduizend vijfhonderd. Ik kan een positieschema lezen en invullen en weet in getallen tot 100.000 de waarde van de cijfers in een getal. Ik maak een TD-D-H-T-E schema, daarin zet ik het getal 45.000. Ik kan doortellen en terugtellen met stappen van 100, 1000 en 10.000. Ik tel met sprongen van 1000 > 13.500 – 14.500 – 15.500 – 16.500. Ik kan getallen tot 1.000.000 uitspreken en schrijven. Ik ken de waarde van de cijfers in het getal en kan de getallen plaatsen op een (lege) getallenlijn. Ik weet dat 451.600 iets dichter bij de 500.000 ligt dan bij de 400.000. Ik kan grote getallen van taal omzetten naar cijfers en andersom. Ik kan komma’s en punten gebruiken om het getal te schrijven. Ik hoor het getal vierentachtigduizend vijfhonderdzestig. Ik schrijf op: 84.560. Ik kan getallen tot 1.000.000.000 uitspreken en schrijven. Ik weet de namen van andere hele grote getallen. Ik weet dat een miljoen zes nullen heeft. Je schrijft het zo: 1.000.000. Ik ken vreemde stelsels van getallen. (land van Okt, Romeinse cijfers en Babylonische getallen) Het Romeinse cijfer XVI betekent 16.
I+J Begrip
Tijdens een getaldictee zegt de juf het gesproken getal ‘zeven’, dit schrijf ik op als 7. Ik kan tellen, terugtellen en doortellen vanaf een willekeurig getal tot 20. Ook met stappen van 2 en 5. Ik tel met sprongen van 2 vanaf het getal 8 > 8 – 10 – 12 – 14 – 16 – 18 – 20. Ik kan hoeveelheden (tot 12) in een keer zien zonder te tellen. Als ik met de dobbelstenen gooi, weet ik direct hoeveel ik heb gegooid. Ik kan getallen tot 20 uitspreken en schrijven. Ik kan de getallen plaatsen op de getallenlijn. Ik kan het getal 19 plaatsen op de getallenlijn. Het ligt links naast de 20. Ik ken de even- en oneven getallen. Aan mijn kant van de straat zijn alleen even huisnummers: 12 – 14 – 16 – 18 – 20. Ik kan getallen tot 100, schrijven en uitspreken. Ik ken daarbij de waarde van de cijfers in het getal. De 7 in het getal 78 staat voor 7 tientallen. Ik schrijf het als achtenzeventig. Ik kan de getallen tot 100 plaatsen op een (lege) getallenlijn. Ik weet dat 48 op de getallenlijn tussen de 40 en de 50 ligt. Maar dichter bij de 50. Ik kan getallen tot 1000 schrijven in een schema en uitspreken. Ik ken de waarde van de cijfers in het getal. Ik schrijf het getal 189 in een H-T-E schema. Het getal 9 staat onder de ‘E’. Ik kan getallen tot 1000 plaatsen op een (lege) getallenlijn. Ik weet dat 775 op de getallenlijn precies tussen de 750 een 800 staat. Ik kan doortellen en terugtellen met stappen van 10 en 100 vanaf een willekeurig getal. Ik tel met sprongen van 10 > 516 – 526 – 536 – 546. Ik kan getallen tot 10.000 uitspreken, schrijven en plaatsen op de (lege) getallenlijn. Ik weet dat 5.600 iets dichter bij de 6.000 ligt dan bij de 5.000.
K Begrip L Begrip M Begrip N Begrip O Begrip P Begrip S Begrip R Begrip T Begrip
LDO • REKENEN
LDO • REKENEN
De doorlopende leerlijn is op deze posters goed te zien.
19
Kaartspellen bij alle rekenthema’s
Rekendoelen oefenen d.m.v. het spelen van een spel Bij alle rekendomeinen van LDO Rekenen zijn kaartspellen verkrijgbaar. Met de kaartspellen kunnen kinderen de rekendoelen oefenen d.m.v. het spelen van een spel. Zo krijgen de kinderen spelenderwijs meer inzicht en worden bewerkingen geautomatiseerd.
14 16 22 Spelsuggestie: leg de kaarten van laag naar hoog.
Getalbegrip Deze kaartspellen bevatten getalkaarten. De kinderen oefenen met het uitspreken van getallen, of het positioneren op de getallenlijn.
Getallen tot 100 - set van 3 • Getallen tot 20 • Getallen 1 tot 50 • Getallen 51 tot 100
Getallen tot 100.000 - set van 2 • Getallen tot 1000 • Getallen tot 100.000
Getalbewerking
Getalbewerking Deze kaartspellen bevatten allerlei plus- en min-sommen die oplopen in moeilijkheid. Er zijn drie sets verkrijbaar:
3 + 9
LDO • REKENEN Sommen tot 20 over het tiental 12
Keer- en deelsommen met tientallen - set van 2 • Keersommen met tientallen • Deelsommen met tientallen
Getallen tot 20 - set van 3 • Sommen tot 10 • Sommen tot 20 tussen het tiental • Sommen tot 20 over het tiental
Getallen tot 1000 - set van 3 • Sommen tot 100 met tientallen • Sommen tot 100 met alle getallen • Sommen tot 1000
Met deze spelkaarten kunt u (deel)tafels spelenderwijs automatiseren.
Vermenigvuldigen en verdelen - set van 4 Dit domein bevat twee setjes met kaartspellen om de tafels en de deeltafels tot 10 te automatiseren: • Tafels t/m 5
42 : 7
3 x 1
16 : 2
2 x 6
• Tafels 6 t/m 10 • Deeltafels t/m 5 • Deeltafels 6 t/m 10
Sluit ook aan bij het domein geld.
Spelsuggestie: welk getal is groter?
Kommagetallen - set van 3 Deze kaartspellen zijn geschikt voor de bovenbouw. De kinderen oefenen o.a. met het uitspreken van kommagetallen en het positioneren op de getallenlijn: • Kommagetallen • Optellen en aftrekken • Vermenigvuldigen en delen
0,888
0,1
1,9 + 0,33
1,20 - 0,41
20
Hiermee oefent u het leerdoel: optellen en aftrekken van (samengestelde) breuken.
Breuken - set van 3 Deze kaartspellen worden ingezet om het begrip van breuken te vergroten. Door het gebruik van verschillende modellen leren de kinderen breuken met elkaar vergelijken:
Breuken
1
3 5 -
2
3 6
5 6 +
Modellen LDO • REKENEN
5
• Modellen • Geschreven tot 2 hele • Plus- en minsommen
zes achtste
Verhoudingen en procenten - set van 2 De kaartspellen van verhoudingen en procenten zijn geschikt voor de bovenbouw. In één van de kaartspellen wordt de relatie met breuken en kommagetallen geoefend: • Procenten kennen • Breuken, procenten en kommagetallen
Speel ‘Ren je rot’: De spelleider leest één kaart voor en geeft twee antwoordmogelijkheden. De kinderen rennen naar het juiste antwoord.
Opdracht 1 Hoeveel procent van dit plaatje is gekleurd?
75%
Spelsuggestie: speel winkeltje!
Geld - set van 2 De kaartspellen van geld zitten boordevol leuke artikelen met prijzen. U kunt hier allerlei activiteiten mee doen, van prijzen vergelijken tot winkeltje spelen:
schoenen
stiften
citroen
• Hele euro’s • Euro’s en centen
€75,50
€9,25
€0,55
Spelsuggestie: maak een kwartet door de vier verschillende schrijfwijzen bij elkaar te spelen.
Tijd - set van 4 Door de verschillende spellen oefenen de kinderen met een specifiek onderdeel van het klokkijken. De digitale en analoge tijden worden aan elkaar gekoppeld:
09:45
kwart voor tien
• Hele uren • Halve uren
• Kwartieren • Minuten
21:45
Leg de kaarten op volgorde van lengte!
Meten - set van 3 Met dit kaartspel leren de kinderen de belangrijkste referentiematen kennen van lengte, gewicht en inhoud. Op de zijkant van het speeldoosje staat het metriek stelsel, dit helpt bij het omrekenen:
2 spelers
Meten
wc-rol
Een groot verschil
1. Haal de jokers uit het spel. 2. Verdeel het kaartspel in twee stapels. Elke speler krijgt een stapel en legt deze dicht voor zich. 3. Allebei de spelers draaien nu twee kaarten om van de stapel. 4. Elke speler gaat nu het verschil tussen deze twee maten uitrekenen en opschrijven. Hierbij moeten de spelers soms de maten omrekenen. Voorbeeld: speler 1 trekt de kaarten ‘deur’ van 2 meter en ‘voetbalveld’ van 1 hectometer. Het verschil is 98 meter. Dit doet speler 2 ook. 5. De speler met het grootste verschil krijgt 1 punt. 6. Na tien minuten stopt het spel. De speler met de meeste punten heeft gewonnen.
Lengtematen LDO • REKENEN
• Lengtematen • Gewichtsmaten • Inhoudsmaten
1 decimeter 10 centimeter
21
Materiaalpakketten bij alle domeinen
Bij elk domein zijn boxen met rekenmateriaal verkrijgbaar, die u kunt gebruiken voor het inrichten van een rijke rekenomgeving. Materiaalpakketten per domein óf per leerjaar De pakketten zijn samengesteld per combinatieklas (eerste en tweede leerjaar, derde en vierde leerjaar, vijfde en zesde leerjaar). Zo hebt u in één keer alle materialen in de klas. Daarnaast zijn de spel- en materiaalpakketten ook per thema opgebouwd. Zo kunt u eenvoudig extra materiaal toevoegen rond een thema naar keuze.
Handige transparante boxen Deze materialen kunt u opbergen in stevige transparante boxen die optioneel te bestellen zijn.
Voorbeeld van een materiaalpakket voor het domein getalbewerking.
Voorbeeld van een materiaalpakket. Dit is een totaalpakket voor leerjaar 1, 2 en 3.
Bestel de materiaalpakketten op onze website!
22
Made with FlippingBook flipbook maker